Home > Woonstijl > Klassiek > Kunst uit het kolenvuur
 

Kunst uit het kolenvuur

 

Waar is de tijd gebleven dat elk dorp zijn smederij had en elke dag het smidsvuur hoog oplaaide? Rein Tupker maakt zich niet zo druk om die vraag. Hij bewijst dat het oude ambacht nog leeft. Zijn gelijknamige sier- en kunstsmederij is wijd en zijd bekend. Over kunst uit het kolenvuur.

Hekwerken en balustrades met artistieke vormen en decoratieve krullen. Bijzonder vormgegeven beelden, waterbronnen, grafmonumenten en woonaccessoires. Honderden, duízenden kwamen er de afgelopen dertig jaar uit de smederij van Tupker.

Magisch

De smid heeft een bezieling, een bevlogenheid, een hartelijke passie die de geïnspireerde kunstenaar verraadt. Altijd heeft hij nieuwe ideeën, nog steeds ontdekt nieuwe mogelijkheden, voortdurend verbetert hij de vaktechniek. Nee, aan inspiratie ontbreekt het hem niet. “Smeden is voor mij een roeping”, zo verklaart hij, staande achter het aambeeld, met op zijn gezicht de vuurgloed en op zijn hoofd de onafscheidelijke hoed. “Ik had nog nooit een smederij van binnen gezien en toen wist ik al dat ik smid wilde worden.” Hij praat gedempt en zijn stem valt bijna weg tussen de hamerslagen die onophoudelijk door de smidse klinken. “Het is toch magisch? De hitte van het kolenvuur die het harde ijzer zacht maakt, zodat je het kunt buigen en vormen zoals je wilt. Wonderlijk. Ik ben daardoor al jarenlang gefascineerd. Nee, het heeft niets te maken met moderne metaalbewerking en seriewerk. Elk werkstuk, elk onderdeel dat we maken is uniek.”

Eigen stijl

Met ‘uniek’ bedoelt Tupker dat alle onderdelen handmatig vervaardigd worden. Dat levert de kenmerkende onregelmatigheden op die het smeedwerk zijn charme geven. Maar ‘uniek’ is zijn smeedwerk ook in andere opzichten. Tupker heeft heel duidelijk zijn eigen stijl ontwikkeld. Hij omschrijft het als ‘Jugendstil, maar dan eigentijdser’. Met organische, soms grillige en onregelmatige vormen. Hoewel hij benadrukt dat de klant koning is. “En weet je waar ik altijd op let? Op de context van het smeedwerk. Bij welk huis moet een hekwerk of balustrade passen? Hoe zou de architect van een pand dit hebben ontworpen? Bij een klassieke woning kom je misschien uit op een hekwerk in Lodewijk de XIV-stijl. Bij een moderne woning zal het een soberder hekwerk worden.”

Inspiratiebronnen

Tupker werkt zijn ideeën uit op papier. Dat is hem wel toevertrouwd. Hij leerde bij toonaangevende kunstenaars het ontwerptekenen. “Alfred Habermann heeft me dat geleerd”, knikt hij, terwijl uit een gloeiende ijzeren staaf een wonderlijke krul tovert. “Hij is een van de mensen die me erg inspireren. Net als Antoni Gaudi, Toni Bennetton, Alfred Bullermann, Terrence Clark, Lothar Klute, Fritz Kühn, Karel Meloun, Albert Paleyu en Paul Zimmerman. Nog los natuurlijk van de Jugendstil in het algemeen. Weet je, het draait in mijn vak om ideeën. Natuurlijk is restaureren ook een belangrijk onderdeel van het smeden. We hebben bijvoorbeeld het smeedijzer van het Scheepvaarthuis in Amsterdam en van het Amsterdamse Centraal Station gerestaureerd. Maar mijn hart ligt bij nieuwe ontwerpen, waarin ik mijn ideeën kwijt kan. Dát maakt het vak zo mooi. Smeden en ontwerpen. Enerzijds een ambacht, anderzijds een kunst.”

Originele verbindingen

Al in 1982 begon Tupker zijn eigen smederij. Inmiddels heeft hij zoveel werk, dat het team uit 8 leden bestaat. Vakmensen die bevangen lijken te zijn met hetzelfde virus als Tupker. Ze hebben een smederij tot hun beschikking met vier smeedvuren, twee gasovens, vier smeedhamers, twee persen en andere machines. We werken ambachtelijk. “Uit principe”, glimlacht Tupker. “We werken nog met de originele methoden. Zo verbinden we twee delen van een hekwerk door klinken. Of we gebruiken een ijzeren of bronzen strop. Een andere methode is wellen: het lassen in het vuur. Tijdrovend misschien, maar niet te evenaren. We hebben met deze authentieke methoden ook tientallen meters trap gemaakt van brons en ijzer voor het Frans Hals hotel.”

Nog lang niet uitgeblust

De combinatie van brons en ijzer is niet nieuw voor Tupker. Al jarenlang past hij brons toe. IJzer moet na het smeden behandeld worden tegen roest. Brons niet. Daar staat tegenover dat brons moeilijker te smeden is dan ijzer. Daarom ontwikkelde Tupker een eigen legering die zich gemakkelijker laat bewerken. Hij kijkt bijna ondeugend onder zijn hoed vandaan. “Daar vertel ik je niets over. Het is een geheime legering die we met groot succes toepassen, soms in combinatie met ijzer.”

De siersmid uit Soest is de vijftig gepasseerd. Al heeft hij de taak om opdrachten binnen te halen en zijn medewerkers aan te sturen, nog steeds is hij het liefst in de smidse. Bij het kolenvuur. “Ik ben een tevreden mens bij wie het vuur nog lang niet is uitgeblust!”

image009
 
 
 
image008
 
 
 
image003
 
 
 
image002b
 
 
 
image002
 
 
 
image001b
 
 
 
image001a
 
 
 
image001
 
 
 
Reageer