Home > Interview BN'ers > Piet Hein Eek

InterviewPiet Hein Eek

PietHeinEek9
Interview met Piet Hein Eek
Wie wonen hier: Piet Hein Eek
Waar: Eindhoven
Woonstijl: Modern, duurzaam
Favoriete woonwinkels: Zijn inspiratie haalt hij meer uit materiaal dan uit woonwinkels. “Ik krijg vaak direct een idee als ik iets zie, zoals dat hout op de sloperij.” Industriële stalen buizen vormen samen een bank en houten balken lenen zich prima voor een fauteuil of ook een bank. “En een machine kan mij ook op ideeën brengen. Dan kijk ik daar naar en denk ik: ‘Wat kan ik daarmee maken?’” En vervolgens vloeit er uit zijn brein weer een nieuw ontwerp, dat vaak verrast.
 
 

Als student maakte Piet Hein Eek van sloophout een kast, die de ontwerpwereld op zijn kop zette. Nooit eerder had iemand van afvalmateriaal een designmeubel vervaardigd.

Het maken van producten van minder voor de hand liggend materiaal werd Eeks handelsmerk. We spraken hem in Eindhoven, dankzij de Design Academy en de jaarlijkse Dutch Design Week dé ontwerpstad van Nederland.

Nee, hij is niet vernoemd naar die beroemde zeevaarder uit de zestiende eeuw. "Mijn moeder vond het gewoon een leuke naam. En het is ook een mooie Hollandse naam." Zijn illustere naamgenoot, Piet Hein, veroverde de zilvervloot, maar Piet Hein Eek (1967) heeft inmiddels de designwereld veroverd.

10.000 vierkante meter

Zijn nieuwe werkplek is er één waar de zeevaarder trots op zou zijn geweest. Het terrein meet maar liefst 10.000 vierkante meter. “Eigenlijk hadden we maar 6.800 nodig.” Met we bedoelt Eek zichzelf en zijn compagnon Nob Ruijgrok. Samen verhuisden ze van een klein onderkomen in Geldrop naar de nieuwe plek in de Lichtstad. Tijdens de Dutch Design week, eind oktober, werd het nieuwe hoofdkwartier van Eek & Ruijgrok geopend.

Een dorp zou het zijn, volgens een artikel op internet. En daarmee is niets te veel gezegd. Twee imposante langgerekte gebouwen vormen samen de nieuwe thuisbasis van de ontwerper. En met zoveel ruimte is de juiste deur niet één-twee-drie gevonden. Net als in een echt dorp is navraag vereist, waarna we uiteindelijk toch het kantoor van Piet Hein Eek bereiken.

Indrukwekkende ruimte

De grotere ruimte was nodig omdat de collectie zich in de loop der tijd steeds verder uitbreidde. In een van de panden aan de Halvemaanstraat bevinden zich daarom een showroom en een winkel. “En we maken alles zelf in eigen huis.” Een korte rondleiding door de panden geeft nog een beter beeld van de indrukwekkende ruimte. We lopen door enkele lange ruimtes, waar her en der (houten) meubels staan, die zo typerend zijn voor Eek.

“Nu hoor je de ponsnibbelmachine”, roept hij boven een oorverdovend geluid uit als we langs een werkplaats lopen. “En daar komt nog een evenementenruimte”, zegt hij terwijl hij naar een deur wijst. Behalve plek voor zijn eigen bedrijf, biedt het ‘dorp’ nog voldoende ruimte voor initiatieven van anderen. Achter twee deuren gaan de (toekomstige) ateliers van jonge ontwerpers schuil.

Restaurant

Het Eindhovense ontwerpdorp heeft zelfs een heus restaurant. “In eerste instantie zou het een lunchroom worden, maar het hele idee is eigenlijk een beetje geëxplodeerd”, lacht Eek. “Het is allemaal iets groter geworden dan vooraf gepland.” Eek en Ruijgrok zijn samen de uitbaters van het restaurant. “We wilden het per se zelf doen, want het moest passen bij wat we doen. Wij maken producten op een ambachtelijke manier en dat moet ook voor de keuken gelden.”

Sloophout

Het ontwerpvak is hem niet met de paplepel ingegoten, want zijn hele familie bestaat uit docenten. Toch lag het wel een beetje voor de hand dat de in Edam geboren Eek ontwerper zou worden. “Als kind was ik veel aan het timmeren en knutselen.” Na zijn schooltijd in Amsterdam ging hij daarom naar de Design Academy Eindhoven. Daar studeerde hij in 1990 af met een kast van sloophout, tot op de dag vandaag een van zijn bekendste ontwerpen.

Het idee voor deze kast ontstond toen Eek een sloperij bezocht en daar houten planken zag liggen. “Ik neem vaak materiaal als uitgangspunt, in tegenstelling tot wat ik geleerd heb op de academie. De kast was mijn reactie op de heersende hang naar perfectie. Ik wilde laten zien dat niet-perfecte producten ook mooi kunnen zijn.”

Duurzame 100

De kast van sloophout maakte Eek in een tijd waarin het goed ging en duurzaam produceren nog niet zo vanzelfsprekend was als tegenwoordig. Hij wordt daardoor gezien als grondlegger van een generatie duurzame ontwerpers. Dagblad Trouw nam hem vorig jaar daarom op in de lijst Duurzame 100, een overzicht van invloedrijke Nederlanders die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben.

En Dutch Design in Development vroeg hem om in Vietnam om in samenwerking met Fair Trade Original duurzame manden van palmhout en vazen van keramiek te maken. In een eerder interview zei Eek daarover: “Ik houd helemaal niet van reizen. Maar Fair Trade Original is een bedrijf waar ik graag iets voor wil doen. Interessant voor mij was het ook dat ik producten mocht ontwerpen die juist veel handwerk vragen”.

Een doelgroep voor zijn producten heeft de ontwerper niet voor ogen. “Ik ontwerp voor mezelf. Ik wil iets maken dat ik zelf mooi vind. En hoe meer publiciteit ik krijg, hoe breder de doelgroep wordt.” Hij benadrukt dat zijn ontwerpen niet per se in het hogere segment zitten. “We maken ook veel betaalbare producten. En omdat onze productieprocessen eenvoudig zijn, zijn we vaak goedkoper dan bekende Italiaanse merken.”

Voor meer informatie: www.pietheineek.nl

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Reageer