Home > Interview BN'ers > Monique des Bouvrie

InterviewMonique des Bouvrie

Monique des Bouvrie
Interview met Monique des Bouvrie
Wie wonen hier: Monique (49) interieurontwerpster en Jan des Bouvrie (69) (interieur)architect. Inmiddels op kamers: dochter Bo (24) en zoon Jan (17).
Waar: Villa Bergerac in Naarden. Een voormalige vakantiewoning van een bankiersfamilie, gebouwd in 1909. Door Jan en Monique diverse malen verbouwd en uitgebreid.
Woonstijl: modern, licht
Favoriete woonwinkels: “Mag het ook een ontwerper zijn? Philip Starck. Ik vind zijn ontwerpen geweldig. Behalve zijn badkamers. Het licht is slecht en er is veel te weinig ruimte voor m’n potjes crème.”
 
 

Bergerac. Het huis van de familie des Bouvrie. Lieflijk van buiten, verrassend modern van binnen waarbij een hoofdrol is weggelegd voor kunst. Woonstijl was er te gast en dronk er een kop koffie met de vrouw des huizes: Monique des Bouvrie.

Twee creatievelingen onder een dak, beide met een passie voor het interieur. Hier wordt zeker vaak geschoven en veranderd?

“Eigenlijk niet. De basis is na een aantal grote en minder grote verbouwingen goed en dan is de noodzaak tot veranderen niet zo groot. Wanneer wij iets veranderen zit ‘em dat in kleur of in andere kunststukken. Na de laatste verbouwing, zo’n zeven jaar geleden, heb ik de voormalige eetkamer in gebruik genomen als werkkamer. Want met een keuken en eettafel zoals wij die nu hebben, heb je niet meer zo veel behoefte aan een aparte eetkamer.”

Jouw favoriete plek in huis?

“De keuken absoluut. Onze eettafel neemt een centrale plek in. Hier drinken Jan en ik ’s morgens een kop koffie, zitten we met het gezin en vrienden. Er wordt gegeten, geborreld en eindeloos gepraat. Datzelfde zie je terug in de huizen die tegenwoordig gebouwd worden. De keuken wordt groter, de woonkamer kleiner. Na een etentje verhuizen gasten wel richting de bank in de woonkamer hoor. Die staat bij Jan denk ik op nummer twee, als het om favorieten gaat. Hij vindt het gezellig om samen op de bank naar de tv te kijken.

Ben je ergens aan gehecht?

“Het huis zelf, de plek waar het staat en aan bepaalde kunststukken. Het klinkt misschien gek uit mijn mond, maar interieuritems zijn uiteindelijk maar spullen. Zeven jaar geleden hebben wij rigoureus verbouwd en woonden we een half jaar tijdelijk in de garage. Daar had ik een gezellig driekamerhuisje van gemaakt, met tapijt en gordijnen. Onze meubelen stonden in de opslag, we bivakkeerden op tijdelijke meubels. Het was voor onze kinderen misschien even wennen, maar ik vond het enorm gezellig om zo dichtbij elkaar te leven! En uiteindelijk draait het daar natuurlijk om. Dat je het samen fijn hebt.”

De meeste mensen kennen jou uit de glossy tijdschriften en van tv-programma’s. Hoe is Monique des Bouvrie privé?

“Die glamourwereld is erg leuk, maar ik vind het ook heerlijk om thuis te zijn. Onze kinderen zijn beide de deur uit. Onze dochter Bo al een paar jaar, en zoon Jan sinds een paar maanden. Dat is iets waar ik naar toe ben gegroeid, dus van een leeg nest syndroom heb ik geen last. En Jan jr. werkt op zaterdag in Het Arsenaal en slaapt dan vaak thuis. Dat is erg gezellig. Z’n vrienden waaien dan aan, we eten met z’n allen. Heerlijk zo’n zoete inval.”

Heb jij ooit het gevoel gehad in de schaduw te staan van Jan?

“Nee, ik ben nooit ‘de vrouw van’ geweest. Wij zijn 25 jaar samen en ik heb altijd hard meegewerkt. Jan betrok mij ook bij alles. Nu gaan we meer ons eigen weg. Jan richt zich meer op architectuur ik op het interieurontwerpen. We doen ieder ons eigen ding en zijdelings bemoei ik mij wel eens met hem, probeer ik er een female touch aan te geven.”

Was je, voordat je Jan ontmoette, ook met interieurs bezig?

“Het creatieve en zakelijke heeft er altijd ingezeten. Dingen bedenken, teken dat vond ik op school al erg leuk. En ik heb samen met mijn moeder een tweedehands warenhuis gerund. We kochten restpartijen op en probeerden die dan te verkopen, zoals Louis Vuitton tassen. Destijds onverkoopbaar…had ik ze maar bewaard, haha! Het stylen van de winkel deed ik toen al. Maar het echte ontwerpen, dat heb ik mij de loop van de jaren met Jan eigen gemaakt.”

En je hebt sinds enige tijd een eigen collectie.

“Ja en mijn beddengoedcollectie is een groot succes! Sinds kort is daar een bed aan toegevoegd. En ik werk nu hard aan een collectie kussens, voor zowel op het bed als op de bank of in de fauteuil. Het wordt een mooie, betaalbare kwaliteit. Dat is belangrijk, dat het een goed ontwerp is waar je niet de hoofdprijs voor hoeft te betalen.”

Dat is toch iets wat de meesten mensen denken. Het Arsenaal, dat is duur.

“Helemaal niet waar. In Het Arsenaal staat voor iedereen wat. Kijk, het is geen Ikea, maar daar komt men ook niet voor. We verkopen eigenzinnige, bijzondere, mooie interieuritems in verschillende prijsklassen. Het is precies zoals Jan altijd zegt: we doen het voor mensen, niet alleen voor de happy few.”

En dan is zo’n beddencollectie enorm succesvol. Hoe voelt dat?

“Heerlijk natuurlijk. Want er gaat behoorlijk wat tijd overheen voordat zo’n collectie in de winkel ligt. Het begint in mijn hoofd en vervolgens gaat het in mijn hart zitten. Het zijn allemaal stukjes die op een gegeven moment in elkaar vallen, een puzzel. Datzelfde heb ik met het ontwerpen van interieurs voor klanten. Ik wil zo’n klant leren kennen, weten hoe ze leven, wat ze willen. Het is een samenspel dat uiteindelijk ook een puzzel is die kloppend wordt gemaakt. Dat het klaar is en ik het gevoel heb: leuk, hier zou ik zelf ook kunnen wonen!”

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Reageer